Behandeling
Oplossingen tegen kalk
| Ontharding | ionenwisseling met hars en zout |
|---|---|
| Kalkbehandeling | CO₂-injectie, magnetische en elektromagnetische behandeling |
| Ca en Mg verwijderd | alleen bij ionenwisseling |
Wie iets wil doen aan kalk in huis, kan twee fundamenteel verschillende wegen kiezen. De eerste is het water werkelijk ontharden: calcium en magnesium worden uit het water gehaald of uitgewisseld. De tweede is het water behandelen of conditioneren: calcium en magnesium blijven aanwezig, maar men probeert te beïnvloeden of en hoe ze als kalk neerslaan. Op deze pagina bespreken we vier technologieën die in woningen worden toegepast: ionenwisseling met hars en zout, CO₂-injectie, magnetische en elektromagnetische kalkbehandeling.
Werkelijke ontharding en kalkbehandeling
Het onderscheid tussen beide benaderingen volgt rechtstreeks uit de chemie van de voorgaande pagina's. Kalkaanslag ontstaat wanneer calcium en carbonaat samen vaste calciumcarbonaat vormen. Men kan dat op twee manieren tegengaan: door minder calcium in het water over te laten, of door de omstandigheden te veranderen waaronder dat calcium wel of niet neerslaat.
Werkelijke ontharding verlaagt de waterhardheid zelf. Bij ionenwisseling worden calcium- en magnesiumionen uit het water opgenomen en vervangen door natriumionen. Een meting na de ontharder toont een lagere hardheid in °fH, en de minerale samenstelling van het water is veranderd.
Kalkbehandeling of conditionering laat de hardheid ongemoeid. Bij CO₂-injectie, magnetische en elektromagnetische behandeling blijven calcium en magnesium in het water. Een hardheidsmeting na het toestel geeft dus ongeveer dezelfde waarde als ervoor. Het doel is niet om water te verkrijgen met dezelfde samenstelling als na een klassieke ontharder, maar om de neiging tot kalkafzetting of de manier waarop kalk zich vormt te beïnvloeden. Bij CO₂-injectie gebeurt dat via het chemische evenwicht, bij magnetische en elektromagnetische behandeling via het kristallisatieproces.
Bij CO₂-injectie is die verandering wel rechtstreeks meetbaar, maar niet met een hardheidstest. Het toegevoegde koolstofdioxide vormt koolzuur, waardoor de pH-waarde van het water daalt. Een pH-meting voor en na de installatie laat die daling zien. Combineert men de pH met de hardheid (of het calciumgehalte), de alkaliniteit en de temperatuur, dan kan men bovendien de verzadigingsindex van het water berekenen. Dat getal geeft aan of het water calciumcarbonaat eerder afzet of eerder in oplossing houdt. Het effect van CO₂-injectie op de chemische toestand van het water is dus objectief vast te stellen.
Dat onderscheid is geen waardeoordeel. Het verklaart wel waarom men de vier technologieën niet met dezelfde meetlat kan beoordelen. Een ontharder kan men controleren met een eenvoudige hardheidstest. Bij CO₂-injectie meet men de verandering via de pH-waarde. Bij magnetische en elektromagnetische behandeling verandert de samenstelling van het water niet, en moet men kijken naar het effect op de afzetting zelf.
Ionenwisseling met hars en zout
De klassieke waterontharder werkt met ionenwisseling, een techniek die al meer dan een eeuw bekend is en die op grote schaal wordt toegepast in woningen, in de industrie en in huishoudtoestellen zoals vaatwassers.
Het hars
Het hart van een ontharder is een cilinder gevuld met ionenwisselingshars: duizenden kleine kunststofbolletjes van ongeveer een halve millimeter doorsnede. Die bolletjes bestaan meestal uit een netwerk van polystyreen dat met divinylbenzeen is vernet, waarop chemische groepen met een negatieve lading zijn vastgemaakt, zogenaamde sulfonzuurgroepen. Elke negatieve lading op het hars wordt in rust in evenwicht gehouden door een los gebonden positief ion. In een ontharder is dat natrium (Na⁺).
De uitwisseling
Wanneer hard water door het harsbed stroomt, komen de calcium- en magnesiumionen in contact met het hars. Het hars heeft een sterkere voorkeur voor tweewaardige ionen zoals Ca²⁺ en Mg²⁺ dan voor het eenwaardige Na⁺. Een calciumion neemt daarom de plaats in van twee natriumionen, die in het water worden vrijgegeven. Hetzelfde gebeurt met magnesium. Het water dat onderaan de cilinder naar buiten stroomt, bevat dus nog nauwelijks calcium en magnesium, maar wel meer natrium. De hoeveelheid bicarbonaat, chloride en sulfaat verandert niet; alleen de positieve ionen worden uitgewisseld.
Waarom het hars verzadigd raakt
Het hars kan maar een beperkte hoeveelheid ionen vasthouden: elke harsplaats waar een natriumion zat, kan één keer gebruikt worden voor uitwisseling. Terwijl het water door het bed stroomt, schuift er een zone van verzadigd hars langzaam van boven naar beneden. Bovenaan zit het hars vol calcium en magnesium, onderaan zit nog natrium. Wanneer die zone de onderkant van het bed bereikt, begint calcium door te slaan en stijgt de hardheid van het uitgaande water. Hoeveel water een ontharder kan verwerken voordat dat gebeurt, hangt af van het harsvolume en van de hardheid van het ingaande water: bij harder water raakt het hars sneller verzadigd.
Regeneratie met pekelwater
Om het hars opnieuw bruikbaar te maken, wordt het geregenereerd. Daarvoor heeft de ontharder een tweede vat: de zoutbak. Daarin lost de gebruiker regelmatig zout op, meestal in de vorm van zuivere zouttabletten of korrels van natriumchloride. Met water ontstaat daar pekel, een sterk geconcentreerde zoutoplossing.
Op een ingesteld moment, op basis van tijd of van de hoeveelheid behandeld water, start de stuurkop van de ontharder een regeneratiecyclus. Eerst wordt het harsbed in omgekeerde richting doorgespoeld om het los te maken en vuil te verwijderen. Daarna wordt pekel uit de zoutbak aangezogen en traag door het hars geleid. Hoewel het hars een voorkeur heeft voor calcium en magnesium, is de natriumconcentratie in de pekel zo hoog dat ze die voorkeur overtreft: de massa van natriumionen duwt het calcium en magnesium van het hars af. Het hars is daarna weer met natrium beladen. Ten slotte wordt het bed langzaam en daarna snel nagespoeld met water, tot de overtollige pekel verwijderd is.
Wat er met het spoelwater gebeurt
Tijdens de regeneratie wordt al het water dat door het hars is gegaan, afgevoerd naar het riool. Dat spoelwater bevat het calcium en magnesium dat van het hars werd verwijderd, samen met het chloride uit het zout en het deel van het natriumchloride dat niet voor de uitwisseling werd gebruikt. Een ontharder verbruikt daardoor bij elke regeneratie water en zout. Hoeveel precies, hangt af van het toestel, de instellingen en de hardheid; moderne toestellen sturen de regeneratie op basis van het werkelijke verbruik om onnodige regeneraties te vermijden.
Resthardheid en natrium
Een ontharder kan het water bijna volledig ontharden, maar in woningen stelt men meestal een resthardheid in met een mengventiel, dat een deel onbehandeld water bijmengt. Vivaqua raadt een resthardheid tussen 10 en 15 °fH aan, en in Wallonië is 15 °fH na ontharding het wettelijke minimum. Zoals op de pagina Kalk en gezondheid beschreven, stijgt het natriumgehalte met ongeveer 4,6 mg per liter voor elke Franse graad die wordt verwijderd.
Wetenschappelijke basis van ionenwisseling: Sterk bewezen. De uitwisseling van calcium en magnesium tegen natrium op kationenwisselingshars is chemisch volledig begrepen, rechtstreeks meetbaar met een hardheidstest en sinds lang een standaardtechniek in de waterbehandeling.
CO₂-injectie
CO₂-injectie werkt volgens een ander principe. Het systeem verwijdert geen calcium of magnesium uit het water. De hardheid in °fH blijft dus nagenoeg gelijk. Wat verandert, is het chemische evenwicht dat bepaalt of calcium en carbonaat samen vaste kalk vormen.
Het carbonaatevenwicht
Op de pagina Wat is kalk in water? zagen we dat koolstofdioxide, koolzuur, bicarbonaat en carbonaat in water met elkaar in evenwicht staan. Die vier vormen gaan in elkaar over door het opnemen of afstaan van waterstofionen.
Wanneer men CO₂ aan water toevoegt, gebeurt het omgekeerde van wat er bij verwarming gebeurt. Het extra koolstofdioxide vormt koolzuur, de pH daalt licht, en het evenwicht verschuift van carbonaat naar bicarbonaat. Er blijft dus minder vrij carbonaat over. Omdat kalkvorming afhangt van het product van calcium en carbonaat, daalt daarmee de verzadigingsindex van het water ten opzichte van calciumcarbonaat. Water dat eerst licht oververzadigd was, kan zo verzadigd of zelfs licht onverzadigd worden. In die toestand heeft calciumcarbonaat minder neiging om neer te slaan, en kan bestaande kalk in principe zelfs langzaam weer oplossen.
Wat er in de praktijk gebeurt
Een CO₂-installatie voor woningen doseert koolstofdioxide van voedingskwaliteit, meestal uit een gasfles, in de koudwaterleiding. De dosering wordt afgestemd op het waterdebiet en op de samenstelling van het water, zodat de verschuiving van het evenwicht volstaat zonder de pH buiten de grenzen voor drinkwater te brengen. De Europese drinkwaterrichtlijn hanteert voor pH een indicatorwaarde tussen 6,5 en 9,5. Het calcium en magnesium blijven in het water aanwezig, net als de bicarbonaten; het water krijgt alleen wat meer opgelost koolstofdioxide.
Het carbonaatevenwicht reageert ook op temperatuur, zoals beschreven op de pagina Temperatuur en kalkvorming. Bij opwarming ontsnapt CO₂ en verschuift het evenwicht opnieuw richting carbonaat. Extra opgelost CO₂ verschuift het vertrekpunt van dat proces, zodat het water bij opwarming later of minder sterk oververzadigd raakt. Hoe groot dat effect is, hangt af van de dosis, de hardheid, de alkaliniteit, de temperatuur en de mate waarin CO₂ in de installatie kan ontsnappen. Daarom worden zulke systemen afgesteld op het water ter plaatse.
Wat precies bewezen is
Wetenschappelijke basis van CO₂-injectie: Sterk bewezen. Bewezen is het chemische werkingsprincipe: het effect van opgelost CO₂ op het evenwicht tussen koolzuur, bicarbonaat en carbonaat, en daarmee op de neiging van calciumcarbonaat om neer te slaan. Dat evenwicht behoort tot de best onderzochte onderdelen van de waterchemie. Het ligt aan de basis van de verzadigingsindex en de Langelier-index die drinkwaterbedrijven gebruiken om hun water te sturen, en van de manier waarop men in de waterbehandeling al lang CO₂ gebruikt om het kalk-koolzuurevenwicht te regelen.
CO₂-injectie is geen klassieke ontharding. Calcium en magnesium blijven in het water, en een hardheidstest na de installatie geeft ongeveer dezelfde waarde als ervoor. Het effect zit in de chemische toestand van het water, niet in de hoeveelheid mineralen.
Men kan het ook zo samenvatten: de kalk blijft in het water, maar in opgeloste vorm. Het calcium wordt door het extra CO₂ in de vorm gehouden die men calciumbicarbonaat noemt, de onzichtbare combinatie van calcium- en bicarbonaationen die op de pagina Wat is kalk in water? wordt beschreven. Het deel dat anders als carbonaat beschikbaar zou zijn om vaste calciumcarbonaat te vormen, wordt omgezet naar bicarbonaat. Zolang het water in die toestand blijft, slaat het calcium niet als kalkaanslag neer maar stroomt het opgelost mee.
Magnetische kalkbehandeling
Magnetische kalkbehandeling gebruikt permanente magneten die rond of tegen een waterleiding worden geplaatst, of die in een behuizing zitten waardoor het water stroomt. Het water passeert zo een statisch magnetisch veld. Er wordt niets aan het water toegevoegd en er wordt niets uit verwijderd: calcium en magnesium blijven aanwezig, en de hardheid in °fH verandert niet.
Het voorgestelde mechanisme
Het idee achter magnetische behandeling is dat het magnetische veld het kristallisatieproces van calciumcarbonaat beïnvloedt, niet de chemische samenstelling. Onderzoekers hebben verschillende mechanismen voorgesteld. Het veld zou de hydratatieschil van ionen, de laag watermoleculen die rond elk ion hangt, kunnen beïnvloeden, waardoor ionen zich gemakkelijker of anders samenvoegen. Het zou ook kunnen inwerken op zeer kleine kristalkiemen of op ionenparen en clusters die al in het water aanwezig zijn, wat de nucleatie zou bevorderen in het water zelf in plaats van op oppervlakken. Een derde verklaring is dat de kristalvorm verandert: in een aantal studies werd na magnetische behandeling meer aragoniet en minder calciet gevonden. Aragoniet vormt naaldvormige kristallen die onder bepaalde omstandigheden minder vast hechten dan de compacte calcietkristallen die typisch zijn voor harde kalkkorsten.
Wat het onderzoek laat zien
Het wetenschappelijke onderzoek naar magnetische waterbehandeling levert een gemengd beeld op. Een veel geciteerd overzichtsartikel van Baker en Judd uit 1996 stelde vast dat de gepubliceerde resultaten sterk uiteenlopen: sommige studies vonden een duidelijke vermindering van kalkafzetting, andere geen meetbaar effect. Latere laboratoriumstudies hebben wel aangetoond dat een magnetisch veld onder bepaalde omstandigheden een effect kan hebben. Coey en Cass vonden in 2000 dat het aandeel aragoniet in de afzetting uit magnetisch behandeld mineraalwater steeg van ongeveer 7 naar ongeveer 54 procent, en dat het effect na behandeling nog enige tijd aanhield. Ook Gabrielli en collega's (2001) en Fathi en collega's (2006) rapporteerden invloed op de neerslag van calciumcarbonaat, waaronder een verschuiving van afzetting op wanden naar neerslag in het water zelf.
Tegelijk bevestigen andere studies dat effecten niet altijd optreden. Een recente studie op grondwater in een drinkwaternet, gepubliceerd in 2025, vond geen systematische verschuiving tussen calciet en aragoniet na magnetische behandeling en kon geen eenduidig effect vaststellen. Overzichtsartikelen wijzen erop dat de resultaten afhangen van de omstandigheden, waaronder:
- de sterkte en de configuratie van het magnetische veld;
- de stroomsnelheid van het water door het veld;
- de samenstelling van het water, zoals hardheid, alkaliniteit, pH en de aanwezigheid van ijzer of andere ionen;
- de temperatuur;
- de verblijftijd in het veld en de tijd tussen behandeling en verwarming.
Dat de resultaten zo afhankelijk zijn van de omstandigheden, maakt het moeilijk om algemene uitspraken te doen. Wat men op basis van het onderzoek kan zeggen, is dat er laboratoriumresultaten bestaan die een invloed van magnetische velden op de kristallisatie van calciumcarbonaat laten zien, maar dat het effect niet in alle omstandigheden wordt teruggevonden en dat het mechanisme nog niet volledig is opgehelderd.
Wetenschappelijke basis van magnetische behandeling: Gemengde/conditionele wetenschappelijke resultaten.
Elektromagnetische kalkbehandeling
Elektromagnetische systemen lijken op het eerste gezicht op magnetische systemen, maar werken met een ander soort veld. In plaats van permanente magneten gebruiken ze een elektronische regelkast die een wisselende of gepulseerde elektrische stroom door een spoel stuurt. Die spoel is meestal een draad die rond de buitenkant van de leiding wordt gewikkeld, of een ring die om de leiding wordt geklemd. De wisselende stroom wekt een veranderend elektromagnetisch veld op, en volgens de wetten van de elektromagnetische inductie ontstaat daardoor ook een wisselend elektrisch veld in het water. Systemen verschillen sterk in frequentie, signaalvorm en vermogen; veel toestellen werken met frequenties in het kilohertzbereik of met een frequentie die voortdurend verandert.
Het belangrijkste verschil met permanente magneten is dus dat het veld niet statisch is maar voortdurend van richting en sterkte verandert, en dat de bewegende ionen in het water ook een elektrisch veld ondervinden, onafhankelijk van hoe snel het water stroomt. Ook hier wordt niets toegevoegd of verwijderd: calcium en magnesium blijven in het water, en de hardheid blijft gelijk.
Het voorgestelde effect
Het voorgestelde werkingsmechanisme is vergelijkbaar met dat van magnetische behandeling. Het wisselende veld zou de ionen en hun hydratatieschil zodanig in beweging brengen dat ze sneller kleine clusters en kristalkiemen vormen in het water zelf. Als er veel kiemen vrij in het water ontstaan, kan een deel van de oververzadiging daarop neerslaan in plaats van op het hete oppervlak van een verwarmingselement of een warmtewisselaar. De gevormde kristallen worden dan grotendeels met het water meegevoerd of bezinken als los slib. Daarnaast zijn ook bij elektromagnetische behandeling verschuivingen in de kristalvorm gerapporteerd, met meer aragoniet of andere kristalvormen.
Wat het onderzoek laat zien
Er bestaan wetenschappelijke aanwijzingen dat elektromagnetische velden de kristallisatie van calciumcarbonaat kunnen beïnvloeden. Onderzoekers van Drexel University bestudeerden zogenaamde fysische waterbehandeling in warmtewisselaars en rapporteerden onder bepaalde proefomstandigheden minder vervuiling van warmtewisselende oppervlakken. Overzichtsartikelen, zoals dat in het tijdschrift Water uit 2021, beschrijven meerdere studies met een toename van aragoniet en een vermindering van harde afzetting na elektromagnetische behandeling. Tegelijk wijzen dezelfde overzichten erop dat de resultaten sterk afhangen van de gebruikte technologie, de frequentie en sterkte van het signaal, de configuratie van de spoel, de watersamenstelling, de temperatuur en de stromingsomstandigheden. Omdat de toestellen onderling sterk verschillen, kan men de resultaten van één systeem niet zonder meer op een ander toepassen.
Wetenschappelijke basis van elektromagnetische behandeling: Wetenschappelijke aanwijzingen aanwezig, maar resultaten zijn afhankelijk van omstandigheden.
Verschil tussen magnetische en elektromagnetische behandeling
Beide technieken beogen het kristallisatieproces van calciumcarbonaat te beïnvloeden zonder calcium of magnesium te verwijderen, en beide worden onderzocht met vergelijkbare methoden. Het verschil zit in de bron en de aard van het veld. Een permanente magneet heeft een vast veld en gebruikt geen elektriciteit; het water moet door dat veld stromen, zodat de stroomsnelheid een belangrijke rol speelt. Een elektromagnetisch systeem wekt met een spoel en een elektronische sturing een veranderend veld op, waarvan de frequentie en sterkte kunnen worden gekozen, en dat ook op stilstaand water inwerkt. Daardoor verschillen de toestellen onderling meer dan permanente magneten, en is het extra belangrijk om naar de specifieke technologie te kijken.
Vergelijking in één tabel
De tabel hieronder vat samen wat er bij elke technologie gebeurt en hoe sterk de wetenschappelijke basis is. Voor de achterliggende chemie verwijzen we naar de pagina's over calcium, magnesium en bicarbonaat, tijdelijke hardheid en de vorming van calciumcarbonaat.
| Technologie | Wat gebeurt er? | Wetenschappelijke basis |
|---|---|---|
| Ionenwisseling met hars/zout | Calcium- en magnesiumionen worden door het hars uitgewisseld tegen natriumionen. | Sterk bewezen |
| CO₂-injectie | Toegevoegd CO₂ verschuift het carbonaat/bicarbonaat-evenwicht en vermindert daarmee de neiging tot vorming en neerslag van calciumcarbonaat. Calcium en magnesium blijven aanwezig. | Sterk bewezen |
| Magnetische behandeling | Een permanent magnetisch veld beoogt nucleatie en kristalvorming van calciumcarbonaat te beïnvloeden zonder calcium of magnesium te verwijderen. | Gemengde/conditionele wetenschappelijke resultaten |
| Elektromagnetische behandeling | Een elektrisch opgewekt elektromagnetisch veld beoogt de nucleatie en kristalvorming van calciumcarbonaat te beïnvloeden. | Wetenschappelijke aanwijzingen aanwezig, maar resultaten zijn afhankelijk van omstandigheden |
De fundamentele verschillen samengevat
Een ionenwisselaar verandert de minerale samenstelling van het water: calcium en magnesium worden vervangen door natrium, en de hardheid daalt meetbaar. Een CO₂-systeem verandert het chemische evenwicht van het water zonder calcium en magnesium te verwijderen: door extra opgelost koolstofdioxide is er minder carbonaat beschikbaar om met calcium kalk te vormen. Magnetische en elektromagnetische systemen proberen vooral het kristallisatieproces te beïnvloeden: waar, hoe snel en in welke vorm calciumcarbonaat neerslaat. Wie die drie werkingsprincipes begrijpt, kan beter inschatten wat elke technologie doet en wat men ervan kan verwachten.
Bronnen
- Crittenden, J.C. e.a. (2012). MWH's Water Treatment: Principles and Design, 3e editie. Wiley. Hoofdstukken over ionenwisseling en het kalk-koolzuurevenwicht.
- Stumm, W. & Morgan, J.J. (1996). Aquatic Chemistry, 3e editie. Wiley.
- Langelier, W.F. (1936). The analytical control of anti-corrosion water treatment. Journal AWWA 28(10), 1500–1521.
- Baker, J.S. & Judd, S.J. (1996). Magnetic amelioration of scale formation. Water Research 30(2), 247–260.
- Coey, J.M.D. & Cass, S. (2000). Magnetic water treatment. Journal of Magnetism and Magnetic Materials 209, 71–74.
- Gabrielli, C., Jaouhari, R., Maurin, G. & Keddam, M. (2001). Magnetic water treatment for scale prevention. Water Research 35(13), 3249–3259.
- Fathi, A. e.a. (2006). Effect of a magnetic water treatment on homogeneous and heterogeneous precipitation of calcium carbonate. Water Research 40(10), 1941–1950.
- Cho, Y.I., Fridman, A.F., Lee, S.H. & Kim, W.T. (2004). Physical water treatment for fouling prevention in heat exchangers. Advances in Heat Transfer 38, 1–72.
- Review of Techniques to Reduce and Prevent Carbonate Scale. Prospecting in Water Treatment by Magnetism and Electromagnetism (2021). Water 13(17), 2365.
- Assessing the Potential of Magnetic Water Treatment of Groundwater for Calcium Carbonate Scale Mitigation in Drinking Water Distribution Networks (2025). Water 17(9), 1265.
- Richtlijn (EU) 2020/2184 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water.
- Vivaqua. Contre l'excès de calcaire, faut-il des adoucisseurs?